Bekijk dit leuke filmpje:

Taalverwerving

Als volwassene een nieuwe taal leren is niet gemakkelijk. Taalverwerving is een heel geleidelijk proces dat veel inspanningen vraagt. Drie elementen zijn essentieel in dat proces:

1. Veel taalaanbod

Leer je een vreemde taal, dan heb je nood aan veel taalaanbod. Je leert de taal kennen in een cursus Nederlands, maar het is ook belangrijk om buiten de lescontext met de taal in contact te komen, bv. op jouw werk, aan de schoolpoort van de kinderen, op tv, bij het lezen van de krant,… Zo bouw je een uitgebreide passieve kennis op van de woordenschat en de grammatica van de taal.

2. Oefenkansen

Maar veel taalaanbod alleen is niet voldoende. Je moet de taal ook zelf produceren, door te spreken en te schrijven. Want als je spreekt moet je actief de informatie die je in de les en daarbuiten verworven hebt gebruiken. Je brengt de taal tot leven door zelf betekenis te geven aan de woordvormen. Omdat dit een grote stap is voor sommige cursisten, bestaan er extra oefenkansen. Deze oefenkansen geven taalleerders de kans om in een veilige omgeving de taal te gebruiken. Een overzicht vind je hier.

De rol van de Nederlandstalige omgeving is hier groot. De mensen uit de omgeving kunnen spreekkansen geven door traag en duidelijk te spreken, eenvoudige woorden te gebruiken, tijd te geven om te antwoorden,… Het Huis van het Nederlands kan de Nederlandstalige omgeving hierbij ondersteunen door vormingen duidelijke taal aan te bieden.

3. Feedback

Ten slotte is het evident dat je fouten maakt als je een nieuwe taal leert. Om de taal correct te verwerven is feedback dus heel belangrijk. De eenvoudigste manier om feedback te geven is correct herhalen. Zo wordt er opnieuw een correct taalaanbod gecreëerd en is de cirkel rond.

 

Realistische verwachtingen

Dit is natuurlijk een ideaal proces van taalverwerving. Het is een feit dat het perfect beheersen van een vreemde taal slechts voor enkelen is weggelegd.

  • Hoe snel je een tweede taal leert hangt af van verschillende factoren:
    • je scholingsgraad,
    • je aanleg voor het leren van nieuwe talen,
    • je leeftijd,
    • je moedertaal,
    • het contact dat je hebt met die taal bv. op het werk, bij familie, met buren,…
    • je psychosociale situatie,
  • Daarom zijn er verschillende scholen, die verschillende types cursussen Nederlands aanbieden. Dit betekent dat iedereen op zijn eigen ritme het Nederlands kan leren. De verschillen tussen de aangeboden trajecten kunnen heel groot zijn. Ter illustratie: “Voor het bereiken van het absolute minimum, nl. het niveau A1 volgt een cursist in een universitair traject slechts 60u les, een analfabete cursist bij een Centrum voor Basiseducatie moet daarvoor minstens 600u les volgen.”
  • Ten slotte is het belangrijk om erop te wijzen dat voor sommige mensen het leren van het Nederlands een onmogelijke opdracht blijkt, ook al zijn ze gemotiveerd en werken ze hard. Vooral anderstalige laaggeletterden en analfabeten hebben het moeilijk. Zij moeten tegelijk Nederlands leren spreken en begrijpen en ondertussen ook nog leren schrijven en lezen in die vreemde taal. Het spreekt voor zich dat dit een proces is dat heel wat tijd vergt.

Op de expo Overal Taal kan je deze en vele andere weetjes over het NT2-landschap ontdekken.

Bekijk de expo online.